Javaanse kleine kantjil

Engelse naam:                           Java mouse-deer
Wetenschappelijke naam:   Tragulus javanicus
Leefgebied:                                 Tropische bossen op Java (Indonesië)
Voeding:                                       Bladeren, knoppen, afgevallen vruchten, paddenstoelen en
soms insecten.

Gewicht:                                        1 tot 2 kilogram
Aantal jongen:                            1 jong per dracht
Draagtijdtijd:                              4,5 maand
IUCN status:                                Onzeker

 

Waar wonen ze?
Zoals de naam doet vermoeden, komt deze soort kantjil alleen voor op het Indonesische eiland Java. Het betreft dan ook een endemische soort voor het eiland Java; een soort die van nature nergens anders ter wereld voorkomt. Op dit eiland bewonen ze hoger gelegen tropische bossen en lijken daarbij een voorkeur te hebben voor bosranden en rivieroevers. Belangrijk is wel dat deze plaatsen beschikken over dichte lage begroeiing waarin de kantjil zich onopgemerkt kan verplaatsen, maar ook kan verschuilen. Kantjils zijn doorgaans het meest actief in de schemer, rond zonsopgang en -ondergang. Omdat ze zo verborgen leven is het ook moeilijk om de soort te monitoren, waardoor het onzeker is wat zijn status in het wild nu is. Met zijn kleine formaat heeft de Kantjil diverse natuurlijke vijanden, maar wordt daarnaast ook bejaagd door mensen en loslopende honden.
Ze leven meestal solitair, maar er kunnen zich kleine familiegroepjes vormen. Ze zijn vrij territoriaal en markeren en verdedigen hun territorium tegen soortgenoten van hetzelfde geslacht.

Hoe zien ze eruit?
De Javaanse kleine kantjil is het kleinste hoefdier ter wereld. De dieren zijn ongeveer 45 centimeter lang en hebben een schouderhoogte van 30 centimeter en zijn dus niet veel groter dan een gemiddeld konijn. Ze hebben een onopvallend staartje van nog geen vijf centimeter en een mooie roodbruine vacht en witte buik en borst.

Kantjils hebben zeer dunne pootjes die zo dik zijn als een potlood. Met deze pootjes stampen ze op de grond als ze zich bedreigd voelen. Bij echte paniek maken ze een piepend geluid. Anders dan dit piepende geluid, maken Kantjils geen geluid.

De mannetjes hebben verlengde hoektanden waarmee ze zich kunnen verdedigen tijdens gevechten om het territorium met andere mannetjes. Mannelijke Javaanse kleine kantjils zijn ook een slagje groter als hun vrouwelijke soortgenoten.

Kantjils in het park
De Javaanse kleine kantjils zijn te vinden in de tropenhal van het Avifauna. Hier lopen ze los rond in een deel van de tropenhal. Maar ook hier is het een verborgen levende soort en moet je dus goed zoeken om ze te kunnen vinden. Daarnaast is de Javaanse kleine kantjil ook terug te vinden in de Azië volières naast de grote vijver. Hier wordt het verblijf gedeeld met onder andere de Maleise neushoornvogel.